(Levens)Verhalen

» Allemaal zien     1 2 3 4 5 ... Volgende»     » Dia Voorstelling

Antonie DaniŽl Grijzenhout (1861) en Johanna Maria Seitner (1861)



Antonie DaniŽl Grijzenhout werd geboren op 27 mei 1861 in het hartje van de Amsterdamse Jordaan. Hij groeide op in de Tuinstraat 76 en speelde vaak buiten met zijn twee broers. Hij bezocht in zijn jeugd midden in de Jordaan de school, de kinderkerk en de zondagsschool.
Daanís vader (Jacob Johannes) was metselaar en overleed toen Daan 14 jaar oud was. Daan en zijn broers Franciscus (Frans) en Johannes (Han) werden evenals hun vader metselaar.

Daan trouwde op 20 juli 1881 met de twintig jarige Johanna Maria Seitner (geb. 2 juni 1861 te Amsterdam). Zij was de dochter van Hendricus Jacobus Seitner (1822-1866) en Cornelia ten Rouwelaar (1822-1883). Het paar ging wonen in de Rozenstraat 183I. Een van de broers van Johanna Maria, Gerardus Fredericus, woonde bij hen in tot hij in 1889 in het huwelijk trad met Antje Raw.

Op 28 augustus 1881 werd dochter Geertruida (Trui) geboren. Het kind werd op 11 september van dat jaar in de Westerkerk gedoopt, maar mocht niet lang leven. Antonie Daniel en Johanna Maria kregen nog elf kinderen, die ze de volgende namen gaven: Daan (1883), Ko (1885), Trui (11 oktober 1887), Jaap (1889), Cor (1891), Frans (1893), Cor (31 januari 1895), Anne (25 mei 1897), Han (1899), Beb (1902) en Bennie (1904). Zoon Frans wordt in de Noorderkerk gedoopt en zijn jongere zusjes Cor en Annie worden in de Oude Kerk gedoopt. Bennie stierf op zeer jonge leeftijd.

De zoons Daan, Ko en Beb worden metselaar. Han wordt eerst schilder en had op het einde van de oorlog en daarna een sigarenwinkel met bibliotheek op de Borneostraat 6. Famielieleden die een boek hadden aangeschaft, leenden, na het boek eerst zelf gelezen te hebben, ook hun boeken via de bibliotheek uit. Jaap en Frans worden voeger.

Drie zoons van Antonie Daniel en Johanna Maria Seitner gaan samenwerken en zetten op 10 januari 1925 in Amsterdam "eene Burgerlijke maatschap" op. De drie vennoten zijn:

1. Antonie Daniel Grijzenhout junior (aannemer), weduwnaar van Johanna Hendrika Stap,

2. Jacobus Hendrikus Grijzenhout (metselaar), in gemeenschap van goederen gehuwd met Cornelia Rondaij en

3. Franciscus Grijzenhout (voeger), in gemeenschap van goederen gehuwd met Janke Licht.

De maatschap koopt op 25 mei dat jaar de huizen en erven Passeerderstraat 55, 57, 59 en 61 (E 2661, 2662, 2663 en 2664) (foto links. grauw witte pand). Om deze huizen te kunnen onderhouden leent de maatschap op 6 augustus 1926 zeven duizend gulden van Mevrouw Cornelia Maria Jansen, wonende Marnixstraat 37, weduwe van de heer Eduard Franciscus Brouwenstijn. De geleende som moet worden terugbetaald op 6 augustus 1931. Van de geleende som moet rente worden betaald "berekend naar vijf en een/vierde ten honderd in het jaar" te voldoen per kwartaal. De verhuur van de woningen brengt de maatschap in 1928 f. 2025,18 op.



Op 8 april 1929 koopt de maatschap een winkelhuis met 6 bovenwoningen aan de Lindengracht 168, 166 en 164 (L 842 en 843) (middelste foto, linker pand met schoorsteen) voor de som van zes duizend tien gulden. Er worden nog meer panden aangekocht en leningen afgesloten. Zo sluit de maatschap op 12 mei 1930 een lening af van vijf duizend zeven honderd vijftig gulden voor de aankoop van een huis ingericht tot cafe met drie bovenwoningen en erve aan de Goudsbloemstraat 107 (L 3964) (foto rechts, eerste pand op de foto).

Op 15 februari 1931 overlijdt de oudste vennoot, Daan, 8 maanden na zijn tweede huwelijk.
Zijn jongste dochter Mientje wordt door zijn vrijgezelle zus Anne opgevoed, die ook haar ouders tot hun dood verzorgt. Voorzieningen voor ďde oude dagĒ waren er toen nog niet, maar haar ouders lieten haar gelukkig niet onverzorgd achter.

Voor Ko bracht het metselaars vak een tragedie. Hij en zijn vrouw Cornelia  Rondaij kregen drie kinderen: Annie, Henk en Ko. In 1936 werkte, de toen 16 jarige, Kootje met zijn vader aan een klus. Pa stond op de steigers van de tweede verdieping en Kootje stond een verdieping hoger. Plots verloor Kootje zijn evenwicht en viel. De vader greep naar zijn zoon en ving nog net zijn jasje. Het kledingstuk scheurde en vader Ko hield slechts een puntje van de jas in zijn handen.
Voor de moeder van dit kleine gezin was het een groot verdriet haar jongste zoon zo te verliezen.

Frans is verantwoordelijk voor het innen van de huur. Zijn vrouw Janke en zijn zoon Frans moeten tijdens de crisis- en oorlogstijd langs de deur om de huur op te halen. Dat valt niet altijd mee, omdat sommige huurders eenvoudigweg geen geld hebben. Tijdens de hongerwinter overnachten Frans en zijn zoon Frans vaak in een leegstaande woning om te voorkomen dat de deuren en de trap voor brandhout gesloopt worden.

Het was altijd erg gezellig bij het gezin van Antonie Daniel en Johanna Maria. Johanna had een broer Ko die sigaren maakte en deze dan verkocht. ís Zaterdagsmiddags werden deze in een kistje met belasting banderollen door hem bij het gezin van Antonie Daniel gebracht. Tijdens een kopje koffie werd in de keuken door dochter Anne de banderollen van oude kistjes losgeweekt en kon ome Ko deze weer voor een volgende keer gebruiken. Sigaren mochten niet verkocht worden zonder belasting banderolle. Als ome Ko aangehouden zou worden en de banderolle zat niet om het kistje, dan was hij strafbaar.

In de voorkamer van hun huis had Johanna Maria een winkeltje ingericht waar ze petroleum, kopjes en schoteltjes, pannetjes en meer van dat soort artikelen verkocht. Zo'n winkeltje werd een "galanterie" winkel genoemd. Bij de uitverkoop verhoogde Johanna Maria de prijzen van haar koopwaar in plaats van deze te verlagen. De mensen dachten een koopje te hebben, dus werd er goed verkocht. Haar kleinzoon Frans heeft dit winkeltje nooit gezien. Zijn opoe stierf in
1938, een jaar na de dood van haar man.


Verbonden metGezin: Grijzenhout/Seitner (F000032); Grijzenhout, Antonie Daniel; Grijzenhout, Franciscus; Grijzenhout, Jacobus Hendricus

» Allemaal zien     1 2 3 4 5 ... Volgende»     » Dia Voorstelling