(Levens)Verhalen

» Allemaal zien     «Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende»     » Dia Voorstelling

Jacob Johannes Grijzenhout (1825) en Geertrui Hoezee (1828)



Dankzij de Burgerlijke Stand te Stompwijk weten we het precieze tijdstip waarop Jacob Johannes geboren werd, nl. "op den eersten dezer maand (=februari 1825) des morgens ten half zeven uren". Een week later wordt hij in de Gereformeerde kerk te Stompwijk gedoopt.
 
Zijn jeugd brengt hij door in Stompwijk, Monster, 's-Gravenhage en Delft. Ergens tussen 1840 en 1850 komt hij met zijn ouders, broers en zussen in Amsterdam terecht. Daar trouwt hij op 15 maart 1853 met de Amsterdamse Geertrui Hoezee die dan 25 jaar oud is.
Geertrui is de dochter van de smidsknecht Franciscus Hoezee (+1803) en Johanna Smit (+1808).
 
Jacob en Geertrui krijgen vier kinderen: Franciscus (1856), Antonie Daniël (1861), Johannes (1864) en tenslotte een dochter Johanna (1866). Als Johanna 9 jaar oud is overlijdt haar vader in Amsterdam. Moeder Geertrui blijft de resterende 38 jaar van haar leven weduwe. Zij overlijdt in Amsterdam op 1 april 1914.
 
In hun jeugd bezoeken de drie zoons de school, de kinderkerk en de zondagschool. Ze doen mee aan alles, waaraan een jongen van hun leeftijd mee moet doen; de gevechten op de Noordermarkt tussen de “schooiers” (de schoffies van de straat en de jongens die de stadsarmenscholen bezochten) en de “kale neten” (de jongens van de particuliere onderwijsinstellingen). In die tijd zijn bekende spelletjes het balkje-springen en het rovertje- of Indiaantje-spelen in het plantsoen. Aan spelletjes als knikkeren, touwtje-springen en “Heders laat je schapies gaan...” doen de broers niet graag mee, want dat is meer iets voor meisjes. In de zomer zitten ze allemaal buiten waar één van de buurtgenoten vertelt, hoe het Huis met de Hoofden aan al die koppen in zijn gevel kwam en in de winter worden er thuis verhalen verteld en in het avondlijk donker worden er bij het licht van de olielamp boeken gelezen. Ook wordt er veel gezongen (“ ‘t Zonnetje gaat van ons scheiden” en in december klinkt het “Eere zij God”). In 1870 maakt Duitsland korte metten met Frankrijk en het Duitse zegelied werd ook in Nederland veel gezongen door mensen, die met het streven van de IJzeren Kanselier Otto von Bismarck sympathiseerden. Alle straatorgels speelden de melodie van Max Schneckenburger’s Teutoonse extasehymne:


Es braust ein Ruf wie Donnerhall,
Wie Schwertgeklirr und Wogenprall:
Zum Rhein, zum Rhein, zum Deutschen Rhein!
Wer will des Stromes Hüter sein?
Lieb Vaterland magst ruhig sein:
Fest steht und treu, die Wacht, die Wacht am Rhein!
 
De jongens treden in de voetsporen van hun vader en grootvader en worden metselaar . 
 
De oudste zoon, Franciscus (geboren in 1856) trouwt eerst met Francina Carolina Helena de Jongh en in 1908 trouwt hij met Maria van Giersbergen. Franciscus en Francina krijgen acht zoons. Twee zoons worden metselaar, drie voeger, één sigarenmaker en van de andere twee is het beroep onbekend. Franciscus overlijdt op 17 februari 1920.
 
Over de tweede zoon Antonie Daniël vindt u in een ander levensverhaal meer.
 
De derde zoon Johannes (geboren in 1864) trouwt in 1885 met Hendrika Elisabeth Salomons. Zij krijgen acht kinderen. Twee van de vijf dochters blijven ongehuwd, hun oudste zoon (Johannes) wordt voeger en de andere twee komen ook in de bouw terecht. Hendrika Salomons overlijdt in 1934 en Johannes sterft net na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940.
 
Dochter Johanna is waarschijnlijk op 2 september 1947 overleden in Amsterdam. Er is onduidelijkheid over de precieze overlijdensdatum (zie de foto van haar grafsteen en de rubriek 'gezocht').


Verbonden metGezin: Grijzenhout/Hoezee (F000019)

» Allemaal zien     «Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende»     » Dia Voorstelling